VOOK Home
agenda nieuws contact broers & zussen brochures gelezen links
contact contact home
Onderzoek 2
 
Erna Heijligers
Onderzoek 2
Rouwbegeleiding averechts effect?

Eveneens opmerkelijk zijn de bevindingen van de Amerikaanse psycholoog Bonnano waarover ook in het blad Uitvaart van oktober wordt bericht. Erna Heijligers schreef daar een artikel over.

 

Rouwbegeleiding averechts effect?

Het uit de weg gaan van onplezierige emoties in de periode na een verlies is misschien niet zo slecht als altijd maar wordt gedacht. Dit blijkt uit diverse onderzoeken van Amerikaanse wetenschappers. Mensen die kort na een overlijden geen openlijke tekenen van rouw vertonen, konden zich in de daarop volgende periode beter handhaven dan mensen die lang bij het verlies stil bleven staan. De onderdrukkers maakten na drie jaar zelfs een gezondere indruk dan degenen die gewend waren hun emoties de vrije loop te geven. Volgens George Bonnano, psycholoog aan de Columbia University (New York) ligt een mogelijke verklaring in het feit dat een deel van het leed wordt veroorzaakt door het gevoel er alleen voor te staan. “Het is vrij logisch dat mensen die hun pijn voor zichzelf houden, voor anderen makkelijker te benaderen zijn. Hierdoor komen ze minder snel in een isolement.”
Met het volgen van rouwtherapie moeten we volgens hem uitkijken. De positieve gevolgen van dit soort therapie zijn nooit bewezen. Bij een derde van de behandelden is het effect zelfs averechts. Resultaten uit recent Nederlands onderzoek komen overigens grotendeels met de Amerikaanse onderzoeksresultaten overeen. 


Erna Heijligers

Praten is zilver, zwijgen goud

Rouwtherapie werkt niet of heeft schadelijke gevolgen. Dit is een van de conclusies die Amerikaanse wetenschappers trekken na uitgebreid onderzoek. Het negeren van pijn kan zelfs heilzaam zijn.

Mensen kunnen beter tegen een stootje dan we doorgaans denken. De meerderheid heeft na het verlies van een dierbare dan ook geen professionele hulp nodig. De vraag is echter of rouwtherapie überhaupt zin heeft. Nog nooit is wetenschappelijk bewezen dat het onder begeleiding aan de slag gaan met gevoelens rond een verlies daadwerkelijk vruchtbaar is. Sterker nog, bij sommigen blijkt al dat gewroet eerder een averechts effect te hebben. Dit zegt althans de Amerikaanse psycholoog George Bonanno. Als onderzoeker aan de Columbia University in New York publiceerde hij onlangs twee artikelen met daarin een aantal prikkelende conclusies op het gebied van rouw en rouwbegeleiding. Zo stelt hij onder meer dat rouwgerelateerde zelfanalyse depressiviteit versterkt en de kracht om door te gaan vermindert. Het onderdrukken van emoties zou juist heilzaam kunnen zijn.

Drie categorieën
“Wij zijn hier al acht jaar bezig om het effect van rouwtherapie te relativeren”, luidt het nuchtere commentaar van Henk Schut. Als psycholoog/onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht, houdt hij zich evenals Bonanno intensief bezig met rouwen verliesverwerking. “Deze bevindingen zijn allemaal niet zo nieuw. Wel zijn ze wat ongenuanceerd gesteld als je de verschillende vormen van hulpverlening in ogenschouw neemt.” Grofweg kun je die hulpverlening in drie soorten onderverdelen: namelijk de primaire, secundaire en tertiaire interventie. “Onder de eerste categorie valt de hulp aan nabestaanden die geen extra risico op een verstoord, oftewel pathologisch rouwproces lopen”, legt Schut uit. “Een paar jaar geleden heb ik samen met enkele collega’s een overzicht van alle onderzoek op het gebied van rouwbegeleiding gepubliceerd. Daaruit blijkt dat bij deze grote groep rouwbegeleiding inderdaad niet werkt of zelfs een negatief effect sorteert.
Bij de tweede categorie wordt over het algemeen met rouwtherapie wel gunstige resultaten geboekt, zij het dat het effect bescheiden en kortdurend is. Onder deze categorie vallen mensen die een verhoogd risico lopen op een verstoord rouwproces. Bijvoorbeeld doordat het overlijden een ongeval betrof, er geweld in het spel was of omdat de nabestaande vreselijk eenzaam is. Tot slot hebben we bij de tertiaire interventie, de groep bij wie daadwerkelijk sprake is van een verstoorde rouw, positieve resultaten gemeten die ook langer beklijven.”

Zelfredzaamheid
Rouwtherapie lijkt dus wel degelijk legitiem op het moment dat er zich pathologische complicaties voordoen of als deze op een later tijdstip te verwachten zijn. Richten we ons echter op de eerste, allergrootste groep, dan is het uitkijken geblazen.
Zowel Bonanno als Schut denken dat mensen over het algemeen genomen over voldoende veerkracht beschikken om zelf of met behulp van hun omgeving het verlies te boven te komen. Krijgt iemand echter kort na een overlijden hulp aangeboden, dan is men geneigd daarvan gebruik te maken – ook als men deze eigenlijk niet nodig heeft.
Een van de mogelijke schadelijke effecten daarvan is dat de zelfredzaamheid wordt ondermijnd. Schut: “Zo iemand kan later niet met een voldaan gevoel terugkijken en denken ‘ondanks dat het een moeilijke tijd was, ben ik er toch op eigen kracht of samen met mijn vrienden en familie doorheen gekomen.’ Deze primaire hulpverlening vindt over het algemeen niet plaats op initiatief van de persoon zelf, maar wordt in een heel vroeg stadium aangeboden. Als je wat langer zou wachten, is men misschien beter in staat om zelf zijn zwakke en sterke plekken te inventariseren. Nu wordt het gras vaak voor de voeten weggemaaid.”
Een andere oorzaak die tot de vermeende schadelijke gevolgen leidt, kan zijn dat vrienden en familie zich eerder terugtrekken vanuit de veronderstelling dat de persoon in kwestie nu in goede handen is. Hierdoor wordt de rouwende in zijn eenzaamheid versterkt.

Onderdrukken is gezond
“Toch zijn mensen die rouwbegeleiding krijgen over het algemeen wel tevreden”, zegt Schut relativerend. Niet dat dat nou héél veel zegt. “Als men zich gedurende het rouwproces langzaamaan beter voelt, is men al gauw geneigd dit aan de ontvangen hulp toe te schrijven. Maar tevredenheid alleen is een lastige indicatie om te kunnen stellen dat de hulpverlening vruchten afwerpt. Daarvoor moet je groepen vergelijken.”
Groepen zijn er voldoende bestudeerd en vergeleken in alle onderzoeken die Bonanno op zijn naam heeft staan. En de uitkomsten daarvan liegen er niet om. Zo worden verschillende overtuigingen, die alom als waar worden beschouwd, op de schop genomen.
Neem bijvoorbeeld de algemene opvatting dat het goed is om het verdriet van je af te praten. Volgens Bonanno en consorten is dat voor veel mensen helemaal niet het geval. Zo blijkt al uit een onderzoek uit 1995 dat nabestaanden die sterk uiting gaven aan hun gevoelens na het overlijden, er na twee à drie jaar zowel lichamelijk als geestelijk slechter aan toe waren dan nabestaanden die hun gevoelens voor zich hielden.
Ook uit Nederlands onderzoek blijkt overigens dat er geen relatie is tussen het uiten van emoties en een goede verliesverwerking. Zo was er geen verschil in het welbevinden van weduwen en weduwnaars die na het overlijden van hun partner een dagboek bijhielden en veel over hun gevoelens praatten en degenen die zich daarvan onthielden.

Midden vinden
Het negeren dan wel voor jezelf houden van, met name negatieve, gevoelens is dus in veel gevallen zo slecht nog niet, aldus Bonanno. In elk geval is er vaak geen sprake van verstoorde rouw, maar eerder van een goede veerkracht en een gezond vermogen om het leven aan te kunnen.
Maar krijgen deze mensen dan niet vroeg of laat alsnog met hun ‘verdrongen pijn’ te kampen? Helaas, ook van deze gangbare overtuiging blijft niet veel heel. Uit langetermijnonderzoek blijkt dat bij een groot deel van de rouwenden de pijn helemaal niet wordt uitgesteld en er ook geen terugslag optreedt.
Wat mee zou kunnen spelen, is dat een deel van het leed wordt veroorzaakt door het gevoel er alleen voor te staan. Bonanno: “Het is aannemelijk dat mensen die hun pijn voor zichzelf houden, voor anderen makkelijker te benaderen zijn. Hierdoor zullen ze minder snel in een isolement geraken.”
Alhoewel minder stellig als zijn Amerikaanse vakgenoot, denkt ook Henk Schut, dat het onderdrukken of voor jezelf houden van gevoelens niet altijd negatief uitpakt. Praten is zilver, zwijgen in sommige gevallen goud. Bovendien is het idee dat het goed is om je emoties te uiten volgens hem sterk tijdgebonden. Schut: “Vroeger was het zo dat je een hele pief was als je bij een dramatische gebeurtenis als het overlijden van een geliefde geen emoties toonde en stevig in je schoenen stond. Toen kregen we de jaren zeventig en was het van ‘gooi het maar uit’ het systeem. In beide gevallen forceer je mensen tot dingen die niet goed voor ze zijn. Het is dan ook hoog tijd dat er een midden wordt gevonden tussen de Victoriaanse flegmatiek en de hedendaagse emotiecultuur.”

De genoemde onderzoeksresultaten zijn dit najaar gepubliceerd in de Amerikaanse bladen Applied and Preventative Psychology en de Journal of Personality and Social Psychology.

Reactie van Gerrit Brussaard, oprichter van de Landelijke Stichting Rouwbegeleiding, die onder andere trainingen geeft aan (aspirant) rouwbegeleiders:
“Ik zie twee problemen. Ten eerste gebruikt Bonanno in zijn onderzoek, naar ik weet, alleen kwantitatieve meetinstrumenten. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het aantal uren dat men ziek is geweest of niet heeft gewerkt. Er is nog nooit grootscheeps kwalitatief onderzoek gedaan, hetgeen naar alle waarschijnlijkheid wél tot positieve resultaten zou leiden.
Ten tweede dwing je iemand niet tot rouwtherapie. Iemand vraagt om hulp en dan kun je naar hem luisteren, zodat hij het gevoel krijgt er niet alleen voor te staan. Mensen die geen behoefte hebben aan een uitlaatklep moeten er niet aan beginnen. Nee, als rouwbegeleider moet je er niet bovenop springen. Het intakegesprek vindt vaak pas een half jaar of langer na het overlijden plaats. Als rouwtherapie wordt aangepraat, dan is het door de eigen omgeving. Die zit vaak met de rouwende in z’n maag.
Wel is het zo dat Nederland veel rouwgroepen telt, die elk op hun eigen wijze werken. Het gaat niet altijd goed als een nabestaande zelf een groep begint. Dan zijn de begeleiders zelf door een proces gegaan en vinden ze dat men op die manier hoort te rouwen. Maar mensen zijn allemaal verschillend. De dood van een naaste kan zelfs een bevrijding zijn! Dat durft niemand hardop te zeggen, maar bij elke relatie lever je toch een stuk van jezelf in.
Het is dus onzin dat je per se verdriet zou moeten tonen. In India gaat men juichend naar de crematie, omdat het leven van de persoon is voltooid. Een campagne waarin op de juiste wijze voorlichting wordt gegeven over alle mogelijke vormen van rouw, zou een zegen zijn. Helaas is zo iets erg kostbaar.”

       
 
 
Created and sponsored by DiVa B.V. - Digital Value Internet Professionals