 |
 |
|
| Eke Vriens |
| Twee ijzeren rozen |
| Levenslang maar toch verder |
| Uitgever Boekscout.nl, Soest 2009 |
| ISBN nr. 978 94 6089 227 1 € 16,95 |
|
| Aan de hand van haar dagboeken beschrijft Eke haar overlevingstocht na de zelfdoding van haar zoon Erik. Zij doet dit op een bijzonder openhartige wijze, waarbij zij erg veel van zichzelf laat zien. |
|
Aan de hand van haar dagboeken beschrijft Eke haar overlevingstocht na de zelfdoding van haar zoon Erik. Zij doet dit op een bijzonder openhartige wijze, waarbij zij erg veel van zichzelf laat zien. Zij voert ons daarbij mee door de diepste dalen van haar verdriet en wanhoop en laat zien dat de weg daardoorheen in eerste instantie eerder de diepte in gaat dan omhoog. De weg is lang en stijgende en dalende trajecten wisselen elkaar af in een zeer onregelmatig patroon. Vaak volkomen onbegrijpelijk voor de mensen om haar heen. Ze vertelt over vrienden, die al kort na het overlijden van haar zoon haar precies weten te vertellen dat ze met haar wijze van rouwen verkeerd bezig is, kondigen haar expliciet aan dat ze hun ‘vriendschap’ beëindigen, omdat ze er niet langer tegen kunnen. Maar ook bij hulpverleners vindt ze onbegrip voor haar manier van overleven, terwijl anderen juist vinden dat ze goed bezig is; tegenstrijdige adviezen in een periode van je leven waarin je wanhopig zoekt naar houvast, zijn bepaald niet ideaal om je overeind te houden. “Maar ik wil niet dat Erik dood is,” is een zin die met grote regelmaat in haar verhaal voorkomt en die mij doet denken aan de opmerking die Kristien Hemmerechts eens maakte over therapeuten: “De enige therapeut die ik wil is de therapeut die mij mijn kinderen teruggeeft, en die is er niet.” Haar gang langs verschillende therapeuten lijkt mij een wanhoopsoffensief tegen die ondraaglijke pijn die maar niet over wil gaan. Ook in haar beschrijving van de hoogte en dieptepunten in haar relatie met de andere gezins en familieleden is Eke bijzonder openhartig; met name haar kleinkinderen zijn belangrijke lichtpunten in deze geschiedenis die door duisternis wordt overheerst en waarin het maar zeer geleidelijk aan wat lichter wordt. Het verslag van haar zwerftocht door de doolhof van rouw en verdriet beslaat een periode van zeven jaar. Aan het einde van die periode kan zij zeggen dat zij eindelijk wat rustiger is geworden. Dit boek geeft een heftig verhaal, dat ik af en toe even moest wegleggen, maar mij er even later steeds weer naar deed grijpen, want het hield mij vast. Zoals elk verhaal is het een uniek verhaal, maar ik denk dat velen van ons zich er zullen herkennen. Ide Wolzak
|
|
 |
 |