Een kind is het liefste dat je hebt. Dat je het kunt verliezen is een angstaanjagende gedachte. Voor velen is het ook een schokkende realiteit. Hoe moet je verder leven als je kind eerder sterft dan jij? Behalve familie en vrienden bieden ook zelfhulpgroepen bijstand. Bijvoorbeeld de Vereniging Ouders van een Overleden Kind (VOOK) en Vereniging In De Knop Gebroken (IDKG).
“Onze zoon Erik was 22 en studeerde afrikanistiek in Leiden. Hij was dol op Afrika. Om zijn Swahili (Afrikaanse taal) te oefenen, had hij zich opgegeven voor twee projecten van de Stichting Internationale Werkkampen (SIW). Eriks eerste kamp was in NoordTanzania. Bij overstromingen waren veel hutten weggevaagd. Samen met veel Duitse en andere Europese jongelui en de lokale bevolking bouwden ze nieuwe hutten en maakten ze een soort septic tanks.” Piet en Liesbeth Hartendorp vertellen met trots, verdriet en weemoed hun verhaal.
Vermist Op zes augustus 1993 kwam het dramatische telefoontje. Erik en 44 anderen waren vermist sinds 26 juli, vijf vrijwilligers van SIW en veertig Afrikanen. Piet: “Erik zat op een boot op de Indische Oceaan, tussen Tanga (kustprovincie van Tanzania) en het eiland Pemba. De boot is nooit aangekomen en helaas ook niet teruggevonden.” Pas tien dagen na de vermissing kregen ze bericht. Daarna duurde het nog vier dagen voordat het eerste vliegtuig naar Tanzania ging. “Er was maar één plek beschikbaar”, vertelt Liesbeth. “Piet is alleen gegaan. Samen met de ouders van de andere vier Europese kinderen hebben we geprobeerd te achterhalen wat er gebeurd kon zijn.” Uiteindelijk was er maar één conclusie mogelijk, vertelt Piet. “Erik was dood. Uit onderzoek dat een Engelsman voor ons gedaan heeft, bleek dat de boot schroefasproblemen had. Door de sterke stromingen in de Indische Oceaan, die bovendien vol haaien zit, was er geen enkele overlevingskans.”
Geen afscheid De tijd die volgde was vreselijk, zegt Liesbeth: “Er is geen lichaam, er is geen afscheid. Je moet zelf je kind dood laten verklaren. We hebben een herdenkingsdienst georganiseerd. Daarna zijn we naar Wijk aan Zee gegaan. Er was veel belangstelling. Al die jonge mensen, zo’n lange sliert. Iedereen had een bloem meegenomen en gooide die ten afscheid in zee. Het was heel indrukwekkend.” Hierna, een jaar na de vermissing van Erik, kon het rouwen pas beginnen. “Het was eigenlijk een drama bij ons thuis”, vertelt Piet. “Liesbeth kon niet thuis zijn. Ze werkte als verpleegkundige en nam alle extra diensten die ze kon krijgen aan om thuis te ontvluchten. Onze dochter Annemieke was altijd bij vrienden, zocht steun bij hen. Ik werd op mijn werk goed opgevangen, maar het viel niet mee. In korte tijd overleden twee zonen van collega’s. Je kunt het allemaal niet aan, je bent zo kwetsbaar.”
Opvegen Een half jaar later barstte de bom. Annemieke nam contact op met de Riagg, omdat ze niet meer wist wat ze met haar altijd huilende moeder aan moest. “De Riagg adviseerde een gespreksgroep”, aldus Liesbeth. “Ik zag het nut er niet van in, want ik praatte toch veel. Maar goed, ik zag ook wel in dat het zo niet verder kon. Zo zijn we bij de VOOK terechtgekomen.” “We gingen naar een open contactmiddag”, vult Piet aan. “Daar werd een gedicht ‘over de zee’ voorgedragen. Toen kon je ons wel opvegen. In de pauze leerden we een echtpaar kennen dat hun dochter had verloren in Dubai. Tijdens het duiken had ze een hartstilstand gekregen. Met dat echtpaar hebben we nog steeds contact.” De gespreksgroep van de VOOK deed Piet en Liesbeth erg goed. “De VOOK heeft ons krachtiger gemaakt”, vertelt Liesbeth. “Je herkent elkaars verdriet en je kunt elkaar helpen. De decembermaand is altijd moeilijk: wat doe je met die dagen? En die kerstkaarten, we kregen er ooit één met ’Dolle kerstdagen’ er op. Dol, die kerstdagen zijn helemaal niet dol, ze zijn vreselijk.” Piet: “Maar ja, mensen werken hun adresboekje door en denken er blijkbaar niet bij na. Bij de VOOK heb je het daarover en waarschuw je elkaar dat je zulk soort dingen kunt verwachten.”
Zwarten “Bij de VOOK wijzen we elkaar er ook op dat je moet proberen je wrok kwijt te raken”, zegt Liesbeth. “Wij hadden veel wrok tegen de lokale bevolking, omdat er geen hulp was geboden door een gelijk opvarende boot waarvan de kapitein gezien had dat de boot waarop Erik zat in moeilijkheden kwam. Ook de gewaarschuwde havenpolitie heeft niets gedaan. De autoriteiten hebben zelfs gezegd dat de boot was binnengesleept in Mogadishu (Somalië), waar niets van waar was. Maar wrok blokkeert je verwerkingsproces. In het begin ben je als ouders alleen maar verdrietig. Op een gegeven moment komt er weer ruimte voor herinnering aan de leuke en mooie dingen. We helpen elkaar daarin bij de VOOK. ‘Hoe zag jullie gezin er uit, vertel er eens wat leuke dingen over.’ Zo kom je verder, het gaat nu goed met ons. Al blijven we kwetsbaar.”
|