Maar zo gaat dat volgens mij niet met rouw. Marinus van den Berg gebruikte eens het woord rouwverweving en daar kan ik wat mee. Ik stel mij mijn zoon Koen voor als een mooi stukje weefsel, met dunne en dikke draden, gekleurd, maar ook zwart en wit en hier en daar een zilveren en gouden draadje. Dat lapje heb ik draadje voor draadje uitgerafeld. De draadjes zie ik als herinneringen, goede en minder goede, van daar de kleuren. Al die draadjes heb ik in mijn eigen lapje verweven, hier en daar een gat of een sleetse plek er mee vullend en op andere plaatsen versteviging aan brengend. Ik zie dat dan ook echt voor me. Ik heb nu een versteld lapje, of ik ben nu een hersteld lapje, sterker dan ooit tevoren.. Niemand kan mij dit af pakken en ik heb Koen altijd heel dicht bij me. Wat niet wil zeggen dat ik geen verdriet meer heb om Koen, dat zal altijd blijven, soms hevig en dan weer minder hevig dan in het begin. Op speciale dagen mis ik hem heel erg, maar ik weet hem ook dicht bij mij en dat troost me.
Ans Kossen moeder van Edo, Koen* en Huib Kuijt.
|