Wanneer je iemand verliest van wie je zielsveel houdt, onderga je een totale desoriëntatie, zo stelt emeritus hoogleraar orthopedagogiek Wim ter Horst in Over troosten en verdriet: een desoriëntatie in tijd, plaats en handeling. Vooral de desoriëntatie in de tijd blijft heel lang een zeer grote rol spelen in het leven van rouwenden. En voor velen is hun verlies zo groot dat een heroriëntatie nooit meer volledig lukt; hun wereld is voorgoed en totaal veranderd, zijzelf zijn een ander geworden. Zelf heb ik dat, na de dood van onze jongste, nu ruim 15 jaar geleden, als volgt verwoord: De tijd is nu totaal inconsequent. Hij vliegt en hij staat stil. Hij slaat een gat in mijn geschiedenis. Er is een nieuwe jaartelling maar toch, hij vordert niet: een leegte vol verdriet. Deze woorden zouden als motto meegegeven kunnen worden met het nieuwe boek van Marinus van den Berg, Rouwen in de tijd. Want in de kern gaat het in dit boek om hoe verschillend mensen in rouw de tijd beleven dan de mensen om hen heen. Een van de meest gestelde vragen aan rouwenden is: “Hoe lang is het nu geleden?” De ondertoon is vaak: hoe gaat het nu met je? Wanneer ga je weer normaal functioneren? Is het nu nog niet over? De vraag kan hen totaal in verwarring brengen, omdat zij onmachtig zijn hem te beantwoorden; want het getal dat zij zouden kunnen noemen geeft niet weer wat zij voelen. Oude mensen praten over het verlies van hun kind, soms vijftig, zestig jaar geleden, met een zo diep verdriet in hun hele wezen, alsof het gisteren was dat hun kind stierf; rouw die blijft tot het einde van hun leven. Het zijn verhalen die Marinus van den Berg als pastor vaak hoort en gehoord heeft. Verhalen die hij centraal stelt in dit boek. Hij stelt zich niet op als deskundige, maar als leerling, “die terugkeert tot een basisles: ‘De ander die het ondervindt is mijn leermeester.’” Wat kun je beter doen in het grote verdriet van de ander, dan ‘een eindje meelopen’ in het verkennen van het ‘terra incognita’ (het onbekende land) van afscheid en verlies, waarin verdwalen telkens weer dreigt, en luisteren en je laten corrigeren door de ander. De leerling probeert ook verhalen uit te lokken door stellingen te poneren en vragen te stellen, wat het boek ook zeer geschikt maakt om er mee aan de slag te gaan in rouwgroepen en opleidingen voor rouwbegeleiders. Marinus van den Berg schreef een ‘spannend’ en informatief boek, met een tegendraadse visie op rouw. Ik voel mij thuis in dit boek, het erkent mijn desoriëntatie; dat kan het begin zijn van een heroriëntatie in een belevingswereld die in een totale chaos is verkeerd. Dit boek is een verademing in de stroom van rouwliteratuur die vaak niet verder komt dan het toevoegen van steeds meer van hetzelfde en daarmee vastgeroeste opvattingen bevestigt. Het werd tijd voor dit boek. Ide Wolzak
|