VOOK Home
agenda nieuws contact broers & zussen brochures gelezen links
contact contact home
Gelezen
 
Heeft u ook iets gelezen dat voor anderen de moeite waard is? Mail ons dan via het mailformulier.

Gedichten

Christa van Vliet
Voor altijd Kayleigh
19-11-1987 31-12-1997
 
Uitgever Uitgegeven in eigen beheer 2007
  € 10,00 

Prijs € 10,00 (inclusief verzendkosten) over te maken op giro 4824182 tnv C. van Vliet te Westervoort.

De opbrengst komt geheel ten goede aan de VOKK, de Vereniging Ouders, Kind en Kanker.

 

 De regelmatige lezer van de RONDZENDBRIEF heeft al eens kennis gemaakt met de gedichten van Christa. Ter gelegenheid van het feit dat het tien jaar geleden is dat haar dochter Kayleigh is overleden heeft zij nu een bundel samen gesteld met een groot aantal gedichtjes waarin zij woorden zoekt voor haar verdriet, voor herinneringen, dankbaarheid en hoop. Namen zijn er om genoemd te blijven worden. Op verschillende manieren kunnen we dat doen door allemaal op onze eigen wijze monumentjes voor onze kinderen op te richten. Prachtige gedichten waar velen veel herkenning en steun in zullen kunnen vinden:

 

     Woorden

 

    Zijn er woorden te vinden

    voor wat ik van binnen voel.

 

    Zijn er woorden te vinden

    die jou kunnen omschrijven.

    Zo vaak mist een woord het doel.

 

    Een kind zo verweven

    met wie ik ben.

    Sinds ze wegvloog

    is het soms net of

    ik mezelf niet herken.

 

    Zijn er woorden te vinden

    die mij kunnen zeggen

    hoe ik me voel.

 

     Zijn er woorden

    die me uit kunnen leggen

    wat ik allemaal beleef.

 

    Misschien moet ik stoppen

    met zoeken naar woorden.

    Voelen is genoeg.

                                                                                           Ide Wolzak

 

 


Harry Kuitert
De dood de baas
Gedichten belicht voor je begrafenis
 
Uitgever Uitgeverij Ten Have, Kampen 2007
ISBN nr. ISBN 978 90 259 5756 8  € 24,90 

. “Betekenis is niet alleen wat de dichter in de woorden legt, maar ook wat wij, zijn lezers, uit zijn woorden opdelven.” (blz. 20). De mens als mijnwerker, wroetend in de aarde waaruit hij voortkwam – stof zijt gij, tot stof zult gij wederkeren – op zoek naar de zin van zijn bestaan. Een somber boek? Niet in het minst, zegt de schrijver, want als je dit leest, ben je er nog en kun je nog wat van je leven maken.

Taal is een wezenlijk kenmerk van leven, stelt Kuitert, aan de hand van gedichten van Philip Larkin en Willem van Toorn, “leven is onder woorden brengen van wat je voelt, ervaart, en daarmee betekenis verlenen aan wat je meemaakt.” (blz. 107).

Dat spreekt mij bijzonder aan. Worstelen met taal om de chaos van mijn verdriet en wanhoop na de dood van iemand van wie ik zielsveel houd, na de dood van mijn kind, onbegrijpelijk, niet te bevatten (‘Ze zeiden dat je dood was’ … ‘Dat kan toch niet, Pa?’ … Nee, dat kan eigenlijk ook niet, maar het is wel zo. En dat is het hem nou net! ).

“Onder woorden brengen = een wereld ‘van betekenis’ ontwringen aan de chaos.”  En dichters zijn nodig om ‘versleten taal’, die ‘vanzelfsprekend’ is geworden, te vernieuwen; “om de taal weer nieuwe glans te geven”.

Op zijn beschouwingen over de gedichten in dit boek, past Kuitert consequent zijn in een lang leven verworven inzichten toe.  Dat is niet verwonderlijk, want deze gedichten hebben hem op deze lange weg vergezeld. Door zijn hele oeuvre heen komen we ze regelmatig tegen.

Geloofstaal en de taal van mijn emoties is een andere taal dan de rationele taal waarmee de zichtbare, dagelijkse werkelijkheid om ons heen wordt beschreven. Die wereld draait door ook na onze dood, zoals Fernando Pessoa zegt, in het eerste door Kuitert geciteerde gedicht:

 

Wanneer de lente komt,

En als ik dan al dood ben,

Zullen de bloemen net zo bloeien

En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vo-rig voorjaar.

De werkelijkheid heeft mij niet nodig.

 

Mijn verstand weet dat met de dood van mijzelf of van één van mijn liefsten de wereld niet vergaat; de rationele taal van mijn omgeving, van de onhandige troosters met o zo ‘verstandige’ dooddoeners: “Het leven gaat nu eenmaal door, hè?” Maar de taal van mijn hart, geloofstaal, de taal ‘van verbeelding’, zegt iets anders: het lijkt alsof de wereld vergaat als je je geliefde kwijtraakt, maar dat lijkt niet alleen zo, het is ‘echt’ zo. En dat vereist protest, zoals Edna St. Vincent Millay verwoordt, in het geciteer-de gedicht Dirge without music: “Maar ik ga niet akkoord. En ik leg me [er] niet bij neer.” (blz. 142 e.v.). En zeker niet wanneer het de dood betreft die er niet hoort te zijn, die van kinderen, de dood door een dom ongeluk, door moord en doodslag – “alles wat niet had moeten gebeuren en toch geschied.” Dan past het om troost te weigeren,

Rachel weigert zich te laten troosten, want haar kindertjes zijn dood. … [Dat] is ook een houding tegenover doodgaan en sterven; ze mag er wezen en heeft mijn onvoorwaardelijke sympathie. … Natuurlijk, weigeren je te laten troosten is vechten tegen de bierkaai: de mooisten, de jongsten, de liefsten, ze gaan allemaal. Maar zou je het daarom laten? Ik weet het, zegt de dichter, maar leg me er niet bij neer. Geweldig! Zet je schrap, sta pal, ga niet akkoord als een vader die een kind kwijtraakt, als een moeder die haar zoon begraaft, als een minnaar die zijn lover verliest.

(blz. 146-147).

Maar soms ontvang je dan toch, onverwacht, troost, zomaar als vanuit het niets, van een onbekende die onbekend blijft. Kuitert vertelt hoe, toen hij een aantal weken na de dood van zijn dochter Kaisa weer aan het werk ging, er een aardige student op hem afstapte, een Friese jongen, die hem een gedichtenbundeltje, In memoriam van Douwe Tamminga, overhandigde, geschreven ter nagedachtenis aan diens overleden zoon. Een van de gedichten neemt hij over in zijn boek. “Wat het gedicht voor mij bijzonder maakt, is de overhandiging zonder woorden, door die Friese student; ik neem het op als een late dankbetuiging aan ene uit het oog verloren gever.” (blz. 174.)

Maar naast die troost die zo hartverwarmend kan zijn, zoals de schrijver zelf heeft ervaren, besteedt hij ook aandacht aan de goedbedoelde ontroost van de omstanders die denken het precies te weten, terwijl uit hun woorden het tegendeel blijkt. Hij citeert Esther Jansma:

 

De tuinman: Ach, weet u,

daar blijft niets van over –

zo’n kleintje, denk-es in,

da’s toch alleen kraakbeen?

 

Zo’n kissie

 

(grote handen).

 

Nee, die kome niet meer,

denke liever aan iets leuks,

een nieuwe ofzo.

 

Geen dieper verdriet dan het verdriet om een kind; geen mens is zomaar te vervangen door ‘een nieuwe ofzo’. “Waar mensen vervangbaar zijn door andere mensen, is er iets mis met de emotionele relatie.” (blz. 211). Wat moet ik met mensen om mij heen die dat denken, doen alsof het ‘niets’ is, want ‘zo gaat het nu eenmaal in het leven’.

Wanneer een mens de leeftijd van de ‘sterken’ heeft bereikt, dan is ook het nadenken over ouderdom en de naderende dood voor de hand liggend, en over de pogingen om hem uit te stellen. Dat kan aanleiding geven tot een wat relativerende humor, na het lezen van een gedicht van Elisabeth Eybers hierover.

Alles wat er in een ziekenhuis wordt gesneden, gekraakt of ingedruppeld, is een vorm van leed toebrengen. Als je in het ‘gewone leven’ iemands buik opensneed, zou je voor jaren de gevangenis ingaan. Maar in een ziekenhuis is het om ‘bestwil’ zoals het heet, en je buigt je hoofd, het lijf en de leden, en laat de dokters begaan. (blz. 221)

Wat is het perspectief? Is er uitzicht op een leven na de dood, op een hiernamaals? Is de dood ons de baas of zijn wij de dood de baas? In tegenstelling tot wat zijn critici, die beweren dat Kuitert alle geloof over boord heeft gezet, zullen denken, probeert hij niemand zijn geloof te ontnemen. Maar je moet wel goed lezen, want het hangt er vanaf hoe je het verwoordt, welke betekenis je er aan toekent. Ik moest hierbij denken aan woorden van Martin Buber die ik eens las en die betekenis voor mij kregen:

Wij weten niets van de dood, niets anders dan het ene feit, dat wij zullen ‘sterven’ – maar wat is dat sterven? Wij weten het niet. Daarom past het ons aan te nemen, dat het het einde is van alles wat we ons kunnen voorstellen. Ons iets willen voorstellen, dat aan gene zijde van het sterven ligt, in de geest vooruit willen lopen op wat alleen de dood ons in het bestaan kan openbaren, lijkt mij als geloof vermomd ongeloof. Het echte geloof spreekt: Ik weet niets van de dood, maar ik weet, dat God de eeuwigheid is en ik weet ook nog dat Hij mijn God is. 

Maar wat is er tegen op taal die toch probeert te verbeelden wat er ‘hierna’ komt? Niets, antwoordt Kuitert, er is ook niets op tegen het te hopen, of het te geloven, als je maar in de gaten houdt dat het taal is, ‘van verbeelding’. Mensen hebben het altijd gedaan, getracht betekenis te verlenen aan wat zinloos is. Maar hoe je dat ook probeert, je loopt stuk op de weerbarstige werkelijkheid: “Dat lukt dus niet, nooit is het gelukt om de dood van een zin te voorzien, en nooit zal dat lukken. Willen we er de baas over worden, dan moet dat anders.” (blz. 257).

Hij noemt zichzelf een sadducese christen. De Sadduceeen, getrouw aan de joodse traditie van het Oude Testament, geloven niet in een leven na dit leven. Dat betekent dat de zin, de betekenis van menselijk leven ligt in het hier en nu. Dat werkt Kuitert uit in de opbouw van zijn boek. Noemt hij het eerste deel De kunst van het sterven, het laatste deel, de apotheose, heet De kunst van het leven. “Leven leer je pas als je niet vergeet dat je doodgaat, als er mensen zijn die je daaraan herinneren – niet door ein-deloos de trom van de dood te roeren, maar door je aan te moedigen vandaag te kussen omdat het morgen niet meer kan.” (blz. 306). Alles wat je nog wilt doen, genieten en liefhebben, doe het hier, nu het nog kan. Kuitert roept daarbij in de laatste regel van zijn boek de dichter te hulp:

“Help ons, dichter, … leer ons zingen in de nacht, of wat frivoler gezegd: fluiten in het donker.”

Niet een makkelijk boek, maar het fascineerde mij, van de eerste tot de laatste regel.

Ide Wolzak

  Wim ter Horst, toespraak herdenkingsbijeenkomst 20 jarig be-staan VOOK, geciteerd in: Ide Wolzak, En huilen doe je maar in de pauze. Worstelen met de taal van Rouw. Ten Have, Kampen2007 (2e druk), blz.31

  H.M. Kuitert, Voor een tijd een plaats van God. Een karakte-ristiek van de mens. Ten Have, Kampen 2002, blz. 35.

  H.M. Kuitert, Hetzelfde anders zien. Het christelijk geloof als verbeelding. Ten Have, Kampen 2005, blz. 48.

  Een buitengewoon helder geschreven overzicht van de ontwik-keling van Kuiterts theologie staat beschreven in: Petra Pronk, Fluiten in het donker. In gesprek met Harry Kuitert. Ten Ha-ve, Kampen 2006.

  Martin Buber, Sluitsteen. Lemniscaat, Rotterdam 1966, blz. 248.

 


Anja Vrielink
Voor mijn broer
 

Elke dag als ik wakker wordt doet dat gemis weer zo zeer Waarom, waarom kom jij nooit weer?
Elke avond als ik naar bed ga voel ik het weer Dat gemis.. dat doet zo zeer!

Wim, nog geen dag uit mijn gedachten geweest Vooral op speciale momenten mis ik je nog het meest Dat gemis, doet zo zeer Waarom, waarom kom jij nooit weer!

Je lege slaapkamer, je lege bed, je lege stoel Het geeft mij z’n vreemd gevoel Dat gemis, doet zo zeer Waarom, waarom kom jij nooit weer!

Ik zie nog steeds je lach
Ik mis je nog iedere dag
Dat gemis doet zo zeer
Waarom, waarom kom jij nooit weer!

Ook als Bianca bij ons is
Voel ik weer dat gemis
Dat gemis doet zo zeer
Waarom, waarom kom jij nooit weer!

Here wilt U ons toch helpen in dit verdriet U bent het toch die alle dingen ziet Want dit gemis, het doet zo zeer Waarom kom jij nooit weer?


Henny Hilbrink
op reis
 

nog zie ik je blauwe ogen
en blonde haar
de kuiltjes in je wangen
die guitige blik

we kunnen niet geloven
dat jij er niet meer bent
je schoentjes staan er immers nog
je truitje ligt op bed

met de teddybeer in je hand
ben je op reis gegaan
vergeten de morgenzoen
of was dat toch vandaag


Conny van Gool
De reis
 

De reis

10 april negentiendrieëntachtig
De spanning van het jou verwachten en het onbekende, wordt me bijna te machtig

11 april, de volgende dag dat jaar
Ineens..in de vroege ochtend ben je daar Een schreeuwtje en dan een klein lijfje..zo tenger en fijntjes Zo mooi..10 vingertjes en teentjes..van die hele kleintjes…

Een dikke bos met gitzwart haar,
Ik vind je prachtig en denk alleen nog maar..
Hoe bijzonder jij direct al voor me bent Zo’n klein mannetje en ik ben al meteen helemaal aan je gewend

Miljoenen draadjes werden in die eerste seconde geweven Je bent zomaar ineens het allerbelangrijkste in mijn leven Mijn hart wordt door jou in een hartslag gewonnen We zijn samen aan een geweldige reis begonnen..

12 augustus, 10 jaar daarna
Je bent op vakantie, belt me op en noemt me je lieve mamma..
Je mist me maar vind het daar ook nog zo fijn Je zou daar zo graag nog wat langer willen zijn En natuurlijk gun ik je dat plezier maar vraag ik je..nog 2 daagjes en dan ben je toch wel weer hier?

13 augustus, ik voel die avond niet lekker..mijn buik doet een beetje raar Die nacht gaat de deurbel en staat opeens politie daar Een jonge man met een zeer ernstig gezicht Op mijn schouders drukt opeens een loodzwaar gewicht Voor hij gaat praten hoor ik al wat hij gaat zeggen Jij en ik zullen onze reis niet langer meer samen afleggen Je leven is je ontnomen Er is een dronken bestuurder op je weg gekomen Zo plots als je kwam ben je ook weer gegaan En werd het aan mij om zonder jou verder op reis te gaan

11 april tweeduizendzes
Nog dagelijks doet het reizen me pijn..soms voelt het als een snijdend mes

Ik werd 23 jaar geleden moeder…voor de allereerste keer.
Dat gevoel van toen voelde ik daarna nooit meer..
10 prachtige jaren..meer mochten het er niet zijn..
Maar ik zal vandaag om 10.15 uur bij je op het kerkhof zijn Je graf sieren met bloemen ipv met een bijzonder kado..
En ik weet dat het niet klopt zo
Maar onze reis heeft me dit tot hier gebracht En ik zal verder gaan..naar daar waar jij op me wacht Hoe zwaar het stuk nog wordt dat ik nog moet afleggen, En hoe lang dat nog gaat duren is nu nog niet te zeggen Maar jij bent daar en dat houdt me sterk en mijn hoofd recht Ik weet dat je me helpt met dit vaak zo moeizaam gevecht..
Vandaag vier ik ons feestje hier en jij daar..
Leon, lieve schat..proficiat met je 23e jaar!


Lieve schat..ik hou van je..


Mamma

xxxxx


Ria de Groot-Entius
Netwerk
 

Een flinterdunne draad
Stilzwijgend verbond
Gebed dat ik opzond
Jouw wereld die zich soms voelen laat...

Een ragfijn net
Geluidloos verwoord
Taal door mij gehoord
Jouw wereld als een negatief ingebed...

Een veelmazig web
Onzichtbaar bewoond
Spraakloos getoond
Jouw wereld die ik met mijn zijn verweven heb...


Ina Sipkes de Smit
Gedichten
 
Uitgever Ten Have, Kampen
   

Ik mis je zo
Woorden van troost en sterkte
Uitgeverij Ten Have, Kampen 2004
ISBN 90 259 5461 8 prijs € 9,90

Nu de tijd je naam zal schrijven
Woorden van troost en sterkte
Uitgeverij Ten Have, Kampen 2004
ISBN 90 259 5462 6 prijs € 9,90


Velen hebben in de afgelopen jaren er troost en steun bij gevonden, omdat zij woorden wist te geven aan de pijn die door de mensen die ze lazen werd gevoeld. Dat geldt natuurlijk vooral voor de boekjes die geschreven zijn voor hen die een geliefde, man, vrouw of kind, aan de dood verloren, want zij schreef ook vele gedichtjes voor andere hele vreugdevolle gebeurtenissen die zich in het leven van een mens kunnen voordoen.
De twee hierboven vermelde pas verschenen boekjes vallen onder de categorie van troostwoorden zoals de gelijkluidende ondertitels van beide werkjes al vermelden. In de RONDZENDBRIEF hebben we ook al vele malen de troost van haar woorden kunnen ondervinden, doordat lezers die door haar gedichten waren getroffen deze instuurden voor plaatsing en verschillende keren heeft zij ons ook zelf een gedicht voor plaatsing aangeboden.
Ik ben er van overtuigd dat ook deze beide boekjes velen van ons weer tot ‘troost en sterkte’ zullen zijn. Uit beide wil ik een kort gedicht citeren (maar eerlijk gezegd kost kiezen me moeite).

Sterkte

Voor de tijd die nu gaat komen
waarin het gemis
goed voelbaar zal zijn
wil ik je veel sterkte wensen
maar ook troost

dat lieve herinneringen
de pijn en verdriet verzachten
en op den duur elkaar
wat kunnen verdragen in de tijd

(Uit: Nu de tijd je naam zal schrijven)

 
Luwte

In de luwte wil ik leven
zomaar even in de schaduw staan
uit de wind en uit het licht
omdat ik beide
nog niet goed verdragen kan

(Uit: Ik mis je zo)

De gedichten zijn omlijst door de wonderschone aquarellen van Renate Otto, die een extra dimensie aan de woorden toevoegen; twee kunstvormen, die van woord en beeld, komen hier op ontroerende wijze samen.
Twee prachtige bundeltjes die in de meeste boekwinkels bij de geschenkboekjes te vinden zijn. Ik zou aan de mensen die om rouwenden heen staan en die niet weten wat ze tegen mensen met zoveel verdriet moeten zeggen – omdat er niets te zeggen valt – geef zo’n boekje en doe er het zwijgen toe. En tegen hen die zelf troost zoeken en geen woorden weten te geven aan hun verdriet: misschien vind je ze hier.

Ide Wolzak


Ria de Groot-Entius
Geluk
 
Toen was geluk heel gewoon
De draad van een lied
Laat mij dwalen door bekend gebied
De wereld van mijn zoon

Toen was geluk heel gewoon
Het landschap uitbundig getint
Getekend door een ongeschonden kind
De wereld van mijn zoon

Toen was geluk heel gewoon
Stil water in een vliedende stroom
Onkwetsbaar als een sterke boom
De wereld van mijn zoon

Nu is geluk niet meer gewoon
Beelden uit een verleden
Meegaand in het heden
Een schilderij door herinneringen ingekleurd
Afdruk van al wat is gebeurd
De (on)voltooid verleden wereld van mijn zoon

Sandra Jobse
Lieve Job
 

Je zult je levensweg voortaan
zonder je tweelingbroertje moeten gaan.
Waar we voor vreesden, is gebeurd
hij is van ons losgescheurd.

Oneindig groot is ons verdriet
en jij, jij beseft het nog niet
dat je niet meer samen op zal groeien
nooit meer samen zal kunnen  stoeien.

Nooit meer samen spelen
nooit meer samen delen.
Het is zo onherroepelijk
onze tweeling, onze droom, is stuk.

Voor Jonathan kunnen wij niet meer zorgen
hij is nu veilig in Gods hand geborgen.
Dat is het enige dat ons troost kan geven
in ons verdere leven.

Jij Jobje, klein groot wonder!
Jou hebben we mogen houden, heel bijzonder!
Je bent nog zo ontzettend klein
lieveling, we willen er altijd voor je zijn!

Mama

Sandra Jobse, moeder van Jonathan* en Job


Ria de Groot-Entius
Einderloos
 
Ver voorbij de horizon
Waar einde en begin elkaar beroeren
Wordt een oud en nieuw verhaal
Beeldend door haar eigen taal

Ver voorbij de horizon
Waar elementen tot eenheid komen
Zijn angst en hoop
Verstrengeld in een labyrint van dromen

Ver voorbij de horizon
Waar dagen en nachten samensmelten
De mens zijn eigen oorsprong herkent
Voelt hij zich gedragen over de drempel van alle tijd
Opgaand in een ontastbare werkelijkheid

Ver voorbij de horizon
Waar een zoon ons voorging in de dood
Werd verleden, heden en toekomst één
De duisternis verdreven
En mocht hij ontwaken in een nieuw Leven …

Arjan den Otter
De Wintervlinder
 
Ik pleng tranen, mij bewust,
Dat het vocht mijn verdriet niet sust.
Gevoel dat knaagt
Mij ongevraagd belaagd
Grauwe nevel versluiert
verstikt
benard mijn hart
Dat tikkend van verlangen naar het verleden
Van smart verwrongen door het heden
Verlangt naar de vlinder van weleer.
Wat rest is een rups in cocon
Het gevoel is omgekeerd
Lente is winter
Wanneer vliegt de vlinder weer?

Arot

Onbekend
Ik sta aan de kust
 

Ik zie een boot met volle witte zeilen,
die uitvaart naar de blauwe oceaan.
Hij is schitterend en vol kracht
En ik kijk naar hem
Totdat hij eigenlijk niet meer is
Dan een klein wolkje.
Daar waar de aarde en de lucht samengaan
En in elkaar overgaan.

Dan zegt iemand naast me:
“Kijk, hij is weg. ”
“Weg, waarheen? ” vraagt een ander.
Weg uit ons zicht, dat is alles
Hij is nog steeds zo mooi en statig
Als toen hij uitvoer.
Nog net zo groot als toen hij bij ons weging
Hij is nog net zo goed in staat
Zijn levende lading naar de haven van bestemming te varen.

Dat wij hem niet meer kunnen zien
Ligt aan onszelf, niet aan hem.
En op precies hetzelfde moment
Waarop iemand tegen me zei:
“Kijk, hij is weg”,
zijn er aan de andere kant ogen
die hem zien komen,
en aan de andere kant stemmen
die vol blijdschap zeggen:
“Kijk, daar komt hij. ”

Dat is nou sterven.

Dichter onbekend, ingezonden door M. van Hal


Marleen van Nieuwenhuijze
Negen maanden en een dag
 

Negen maanden en een dag
De periode dat je in de buik van je moeder zat,

Negen maanden en een dag,
De periode dat wij moesten wachten om je te zien.

Negen maanden en een dag,
De periode van positieve spanning en dingen die komen gaan.

Negen maanden en een dag,
De periode van dagdromen over de gezamenlijke toekomst.

Na negen maanden en een dag,
Over tien jaar met je Golfen.

Na negen maanden en een dag,
Na zes jaar met je zeilen en treintjes bouwen.

Na negen maanden en een dag,
Misschien binnenkort naar Frankrijk om je wijn te leren drinken.

Na negen maanden en een dag,
Was er slechts één dag.

Eén dag waarin we je hebben leren kennen,

Eén dag waarin we je hebben vastgehouden,

Eén dag waarin we je hebben horen ademen,

Eén dag met misschien onbewust contact en die kleine misschien onbewuste beweging van je vingertje,

Eén dag waarin ik je je namen heb gegeven.
Nu zeggen wij met zijn allen:

DAG.
Dag Alexander.
Dag Sandertje.
En toch blijf je onverbrekelijk met ons
verbonden.


Monica van Essen
Inpakken
 
Vandaag pak ik jouw kast in
De kast waarin jouw kleertjes hebben gehangen
Huilend gaan alle kleertjes door mijn vingers
Bij alles weet ik nog wel een herinnering aan jou
Hoe we alles samen hebben gekocht
De mini onderbroekjes met strikjes
De wijde kleertjes om je dunne lijfje te verhullen
Alles zoek ik uit,
Wat gaat er in het nieuwe kastje
En wat gaat er in een doos
Wat een heimwee naar de tijd met jou
Mijn lieve kleine meisje
Aan de kleertjes zie ik hoe klein je nog maar was
Het genieten was zo groot
Het gemis nog vele malen groter
Je kamertje is nu leeg
Niets doet meer denken aan hoe het ooit was
De herinneringen in de doos en in mijn hart

Monica van Essen
Afscheid nemen
 
De laatste week in ons huis
Elke dag is er één van afscheid nemen
Elke dag een klein stukje
Het huis waarin we kwamen wonen met z’n drietjes
En waar we ook weer weggaan met z’n drietjes
Toen groeide je nog onder mijn hart
Nu leef je verder in mijn hart
Het huis waarin je opgroeide
Waar al je stapjes liggen
Het huis waarin we zo gelukkig met je waren
En ook de plek waar je zo vaak ziek geweest bent
In elke kamer hangen de herinneringen
Fijne, maar ook verdrietige
Het huis waar we afscheid van je moesten nemen
Waar jouw kamertje al niet meer jouw kamertje is
Van elke kamer neem ik afscheid
Elke dag een klein stukje
Net zo lang tot ik volgende week zover ben
Om definitief de deur dicht te doen
Een nieuw begin in ons nieuwe huis
Een huis zonder herinneringen aan jou
Maar wel jouw spulletjes om ons heen
Al ben je niet meer bij ons
Je plekje zal je bij ons houden
In ons huis, maar zeker in ons hart

Tamara de Boer
37 weken
 
37 weken,voelen wij jou
mama in haar buik,
papa in zijn rug.

37 weken lang geven wij jouw
heel veel liefde,
zonder te weten hoe je er uit zult gaan zien

37 weken
eindelijk laat je jezelf zien
in drie minuten betrad je deze wereld

37 weken zo snel als je er was
ging je ook weer heen
papa en mama zullen je nooit meer voelen


nu laten we nog heel lang een traan,
maar toch danken wij jou
voor de 37 weken die je ons gegeven hebt. 

rust zacht lieve, kleine knappe vent
kus papa en mama


     we love you 4 ever


Kokkie Jonkers
De tijdstroom
 
De tijd, hij
glijdt schijnbaar
als een wolkenpartij
               voorbij

De stroom, hij
kabbelt schijnbaar
voor het gehoor
              rustig door

Maar de stroom van de tijd
             is
door jouw afwezigheid
             zijn ritme kwijt.


Kokkie Jonkers
Voetsporen in de tijd
 
De toekomst leek verleden tijd
Voetsporen raakten hun afdrukken kwijt
Het heden had geen eigen gezicht
Het was slechts op vroeger gericht

Jaren gingen eindeloos door
Voetsporen zaten op dood spoor
Het verdriet gaf de richting aan
Verlangend om terug te gaan

De toekomst bleef daardoor dicht
Het leek er donker, geen spoor van licht
Voetsporen zocht ik, afdrukken van mijn kind
Ze leken vervaagd door de wind

Aarzelende voetstappen in het heden
Verweef ik nu met het verleden
De toekomst krijgt weer kans
Maar heeft niet meer die oude glans

Toch is er weer plaats voor toekomstige tijd
Ook al raakte ik 't heimwee nooit kwijt
Ons kind blijven we altijd missen
Maar ik weet, de tijd zal haar voetsporen nooit voorgoed wissen


Liesbeth Blok
Liefde
 
Het ligt niet
in de lengte
of zwaarte van tijd
of iets
je lief en dierbaar is

Het ligt
in de diepte
van het verlangen
in de liefde
waarmee
je lief hebt

In de liefde
ligt
het verdriet
als je verliest

En je huilt
omdat
in je tranen
je liefde ligt

Marinus van den Berg
...Toegewenst...
 
Dat je mensen mag blijven
ontmoeten
die jou genegen zijn,
van wie je warmte ontvangt.
...
Dat je mensen mag blijven
ontmoeten
die naar je blijven omzien,
die naar je blijven luisteren.
...
Dat je mag ervaren dat je
nu ook de moeite waard bent,
dat je leven nu ook zin
heeft.
...
Dat je mag ervaren dat je
als mens kunt blijven groeien,
dat je kunt toenemen in
menselijkheid.
...
Dat je innerlijke
kracht mag hebben om
ook aandacht en interesse
uit te stralen.
Dat je niet alleen afhankelijk bent
maar ook onafhankelijk kunt zijn,
jezelf.
...
Dat je er tussen kunt
blijven.
Dat je graag gezien
mag blijven.
Dat je verbonden mag
blijven met de mensen
om je heen.




Dick van Poorten
Waarom?
 
waarom heeft het niet mogen wezen,
waarom heeft het niet mogen zijn
ik huil om jou, m’n liefste kindje,
ik huil om jou en voel je pijn
ik voel de leegte in mijn lichaam,
ik mis het kloppen van je hart
’t heeft slechts 4 maanden mogen duren,
wat over blijft is smart

ik heb je lief, m’n kleine kindje, ik gaf je zelfs al een naam
nu heb ik niets, niet eens een foto, als of je nimmer hebt bestaan
maar soms, als ik zit te dromen, zie ik je helder voor mijn geest
ik zie je spelen in je wiegje, als of je nooit bent weg geweest

zo zal ik altijd aan je denken, als een kind van vlees en bloed
en je zult groeien in mijn gedachten, zoals elke baby doet
nooit zal ik je meer vergeten, ook al was je nog zo klein
ik zal je koesteren in gedachten, jij zal altijd bij je moeder zijn

Kokkie Jonkers
Waarom?
 
Op de grote vraag "waarom"
Wordt het antwoord nooit gegeven
Bij de vragen over dood en leven
is er geen "daarom".

Het leven is dragen
Het leven is gaan
Het leven is bestaan
Zonder al te veel te vragen.

Het waarom wordt "waartoe"
Maar, lieve God
Waartoe dan toch dit lot?
Wij worden soms zo moe.

Zonder antwoord te kunnen leven
Is de kunst van ons bestaan
Zonder antwoord verder te gaan
"waarom en waartoe" in ons mens zijn verweven.

       
 
 
Created and sponsored by DiVa B.V. - Digital Value Internet Professionals